The XX Gazette
The XX Gazette – 1 juni 2026
Tussen groei en ontwikkeling
Mei voelde als een maand waarin van alles groeide.
Letterlijk begon het in de tuin. Na maanden van vooral kijken naar wat er nog moest gebeuren, besloten we de handen uit de mouwen te steken. Gelukkig kreeg ik daarbij hulp van mijn oom. Samen maakten we de tuin weer klaar voor de zomer. Nieuwe plantjes kregen een plek, bestaande planten werden verzorgd, tegels schoongemaakt en geverfd en ook de schutting kreeg een flinke opfrisbeurt.
Vooral dat laatste bleek een grotere klus dan gedacht. Daarom ging Mexx die dag gezellig spelen bij opa en oma. En eerlijk? Dat was heerlijk. Niet omdat ik haar weg wilde hebben, maar omdat ik volledig kon opgaan in wat ik aan het doen was. Gewoon een kwast in mijn hand, verf voor mijn neus en een taak die niet ingewikkelder was dan de volgende plank verven. Soms is dat precies wat een hoofd nodig heeft. Even niet denken aan alles wat nog moet, maar gewoon bezig zijn met wat er op dat moment voor je ligt.
Niet veel later was het Moederdag.
Ik kreeg van Mexx een zelfgeschilderd bloempotje met een zaadje erin. Aan het potje hing een briefje:
Net als mijn liefde
Groot en blij
Groeit dit plantje speciaal
Voor jou van mij 💛
Van de jufjes hoorde ik later dat Mexx lang aan haar werkje had gezeten. Terwijl andere kinderen al klaar waren, bleef zij nog doorschilderen. “Ik ben nog niet klaar,” had ze steeds gezegd. Dat ontroerde me misschien nog wel het meest. Dat kleine meisje dat iets voor haar moeder wilde maken en pas stopte toen het voor haar goed voelde. Dankjewel aan de jufjes die haar daarbij hebben geholpen en haar de ruimte hebben gegeven om er echt haar eigen werk van te maken.
Halverwege de maand stond onze vakantie naar de Veluwe op de planning. Ik had Mexx al ruim van tevoren verteld dat we in een safaritent zouden gaan slapen. Dat leek haar eerst een leuk idee, totdat ze een paar dagen voor vertrek ineens zei:
“Mama, ik wil niet in een tent slapen. Ik wil thuis blijven.”
Ik moest er stiekem om lachen. Zo werkt dat soms met kinderen. Wat eerst leuk klinkt, wordt ineens spannend zodra het dichterbij komt.
Op de dag van vertrek leek ze daarin bevestigd te worden. De regen kwam met bakken uit de lucht en onderweg reden we door een flinke onweersbui. Achterin de auto hoorde ik een bezorgde stem.
“Mama, is dit vuurwerk?”
Vuurwerk vindt Mexx helemaal niets. Harde, onverwachte geluiden zijn sowieso niet haar favoriete combinatie. Dus legde ik rustig uit dat het onweer was. Hoe dat ontstaat. Waarom je soms eerst het licht ziet en daarna pas de donder hoort. Ondertussen keek ik vooruit en zag ergens in de verte een strook blauwe lucht.
“Kijk eens,” zei ik. “Daar rijden we naartoe. Daar is het droog.”
En eigenlijk bleek dat precies hoe deze vakantie verliep.
Natuurlijk begon de vakantie met regen en hadden we af en toe een buitje. Soms een paar spetters overdag en in de nacht wat langer. Maar eerlijk gezegd vond ik dat helemaal niet erg. Regen hoort er ook gewoon bij. De plantjes groeien ervan en het geluid van regen op een tentdoek heeft iets rustgevends.
De safaritent bleek een schot in de roos. Het geluid van de regen op het doek, de warmte van de pelletkachel en samen knus binnen zitten terwijl het buiten wat natter was. Het had iets gezelligs.
Ik kreeg regelmatig berichtjes van mensen die hoopten dat het weer snel beter zou worden. Lief bedoeld natuurlijk. Maar eigenlijk vonden wij het al goed zoals het was.
Bovendien kregen we ook prachtige dagen cadeau. Dagen waarop we met de bakfiets over de Veluwe fietsten onder een blauwe lucht. Dagen waarop we buiten waren van ’s morgens tot ’s avonds. En onze dag in Julianatoren voelde zelfs als een echte zomerdag in mei. Strakblauwe lucht, volop zon en temperaturen waarbij een ijsje eigenlijk verplicht was.
We trokken onze laarzen aan als het nat was, genoten van de zon als die scheen en maakten herinneringen ongeacht het weer. Uiteindelijk bleek het weer vooral achtergronddecor voor een week waarin we het ontzettend fijn hebben gehad.
Als afsluiting van onze vakantie gingen we dus naar Julianatoren.
Dat blijft grappig met Mexx. Harde onverwachte geluiden vindt ze spannend, maar een achtbaan? Daar stapt ze zonder aarzelen in. Volgens mij hebben we bijna iedere attractie gedaan die voor haar leeftijd toegankelijk was. We gingen pas weg toen het park sloot.
Nog voordat we goed en wel onderweg waren naar huis, lag Mexx achterin de auto te slapen. Het was stil. Zo stil als het na een dag vol indrukken alleen kan zijn.
Terwijl ik reed, merkte ik dat ik zelf ook behoorlijk moe was. Niet alleen moe, maar ook een beetje licht in mijn hoofd. Een hele dag lopen, opletten, genieten, meebewegen en alle indrukken van zo’n pretpark verwerken vraagt blijkbaar meer energie dan je op dat moment doorhebt.
Daarom maakte ik onderweg een stop bij de McDrive. Niet omdat het mijn favoriete plek is, maar omdat het op dat moment gewoon handig was. Even iets eten, even wat energie aanvullen en daarna weer verder naar huis.
Eenmaal thuis was Mexx alweer helemaal terug. Ze had vooral honger en wilde graag eten met een serie erbij. Terwijl zij op de bank zat, ruimde ik de auto uit en bracht ik langzaam alles weer naar binnen. De tassen, losse tasjes, boodschpajes, speelgoed, fietsje, step knuffels en verdwaalde jasjes. Zo’n moment waarop je weet dat de vakantie voorbij is.
We waren weer thuis.
Alsof de maand nog niet vol genoeg was, vierden we een week later de derde verjaardag van Mexx.
Drie jaar.
Het blijft bijzonder hoe snel die jaren voorbijgaan.
Op de dag dat Mexx jarig werd, wilde ik haar natuurlijk als eerste feliciteren. Vrijdagavond werd zaterdagnacht en toen de klok twaalf uur sloeg, boog ik me naar haar toe en fluisterde zachtjes in haar oor:
“Gefeliciteerd lieverd.”
Met haar ogen nog dicht verscheen er direct een glimlach op haar gezicht.
Daar moest natuurlijk een verjaardagsliedje achteraan.
Terwijl ik begon te zingen, werd die glimlach alleen maar groter. Op een gegeven moment stond ik zelfs op het bed te springen terwijl ik uit volle borst verder zong.
Mexx schoot in de lach.
Echt hard lachen.
Toen keek ze me aan en zei:
“Mama, ik ga weer verder slapen.”
“Ja schat,” zei ik. “Dat is goed.”
En dat deed ze ook. Ze draaide zich glimlachend om en sliep binnen een paar tellen weer verder.
Ik bleef nog even wakker liggen en glimlachte naar het plafond.
Vorig jaar verliep dit moment heel anders. Toen was ze na haar felicitatie klaarwakker en vertelde ik haar uitgebreid over de dag waarop ze geboren werd.
Dit jaar hoefde dat allemaal niet.
Dit jaar was er een glimlach, een lachbui, een korte mededeling dat ze verder ging slapen en daarna stilte.
Terwijl zij verder droomde, gingen mijn gedachten vanzelf even terug naar die dag drie jaar geleden. Naar de bevalling. Naar het moment waarop ik haar voor het eerst zag. Naar het begin van ons verhaal.
En ergens vond ik het mooi dat zij inmiddels gewoon weer verder kon slapen, terwijl ik nog even bleef hangen in die herinnering.
Op de opvang werd getrakteerd op ijsjes en thuis vierden we haar verjaardag lekker buiten. Geen ingewikkelde plannen. Gewoon gezelligheid, zandbak, zon en een meisje dat zichtbaar genoot van alle aandacht.
En nu kijk ik alweer vooruit naar de komende weken.
Een periode die in het teken staat van iets waar ik jarenlang naartoe heb gewerkt.
Op 3 juli vindt de boeklancering van Me – XX plaats.
Zelf merk ik dat ik daar steeds vaker bij stilsta. Lange tijd leefde dit project vooral in mijn eigen wereld. Tussen documenten, hoofdstukken, correctierondes en ideeën. Het speelde zich grotendeels af achter mijn laptop en in mijn hoofd. Daar voelde het veilig. Vertrouwd. Van mij.
Maar nu komt het moment dichterbij waarop al die woorden niet meer alleen van mij zijn.
Dat voelt soms nog een beetje onwerkelijk.
Jarenlang schreef ik. Soms met gemak, soms worstelend met een hoofdstuk dat maar niet wilde landen. Ik herschreef, schrapte, voegde toe en las mijn eigen woorden vaker terug dan ik kan tellen. Het boek werd onderdeel van mijn dagelijks leven. Zo vanzelfsprekend aanwezig dat ik soms vergat hoe bijzonder het eigenlijk is dat het er nu echt ligt.
En straks mag het de wereld in.
Dat is spannend. Mooi. Kwetsbaar ook.
Maar bovenal voelt het als het juiste moment.
Voor nu geniet ik nog even van alles wat mei heeft gebracht. Van een tuin die weer kleur krijgt. Van een meisje dat inmiddels drie jaar oud is. Van een vakantie waarin regen helemaal niet in de weg bleek te zitten. En van de wetenschap dat sommige maanden niet groots hoeven te zijn om bijzonder te voelen.
Soms zit het geluk gewoon in een bloempotje met een zaadje, het geluid van regen op een tentdoek, een slapend meisje op de achterbank en een glimlach om twaalf uur ’s nachts.
xx
The XX Gazette – 1 mei 2026
Tussen Dino en de overgang
De maand april liep anders dan gepland. Ons Paasweekend, met een wandeling door het bos en pannenkoeken eten, moesten we even uitstellen. Want Mexx werd ziek. Overgeven, diarree, nét een schoon bed en dan toch weer moeten rennen. Van die dagen waarop je handen tekortkomt en je vooral bezig bent met doekjes, schone kleren, wasjes draaien en troosten. Maar gek genoeg heb ik dan geen medelijden met mezelf. Ik zie alleen dat kleine lijfje hard werken. Hoe ziek zijn voor een kind nog zo puur is. Geen klagen over morgen of volgende week. Alleen maar nu.
En gelukkig kwamen we er weer doorheen. Een week later deden we gewoon een herkansing. Door het bos struinen, frisse lucht happen en samen een pannenkoek eten alsof het precies zo had moeten lopen.
Ondertussen wonen we hier thuis ook met Dino. Al is hij voor mij onzichtbaar. “Pas op mama, Dino staat achter je.” Of: “Dino moet ook eten.” Prima joh, schuif ik gewoon een bordje bij voor Dino. Gezellig dat hij mee-eet. En Dino is niet de enige huisgenoot. Alle poppen hebben inmiddels hun eigen naam en persoonlijkheid. Baby Abby, Baby Born, Maria, Annabel en Romee. Dan natuurlijk nog de knuffels, met onder andere Pua, Emelie, Bernie en Nijntje. Het is hier een heerlijk gezellige boel in huis en ik praat vrolijk mee in alle verhalen en fantasiewerelden. Dit is dus de fase waar ik nu middenin zit. En eerlijk? Ik geniet ervan.
Waar ik iets minder van geniet, is de fase waar ík zelf in terecht ben gekomen.
De afgelopen maanden voelde mijn lijf steeds onrustiger. Vlekken voor mijn ogen, druk op mijn oog, heftige hoofdpijnen, pijnlijke gewrichten, buikpijn… ik kan het lijstje nog langer maken. Toch bleef ik het wegwuiven. Het zal wel stress zijn. Het hoort erbij. Niet aanstellen. Gewoon doorgaan. En ergens wist ik ook wel dat het proces rondom mijn boek veel van me vraagt. Het is prachtig, maar ook intens. Nieuw. Spannend. Alsof ik voortdurend door mijn eigen woorden heen beweeg. Geen wonder dat ik soms wakker lig in de nacht. Verklaringen zoeken, verklaringen zoeken. Dat is toch wat we doen.
Toch maakte ik uiteindelijk een afspraak bij de huisarts. En eerlijk? Dat voelde als een drempel. Misschien omdat ik bang was voor wat ik zou horen. Misschien omdat mijn lijf me eerder al eens heeft verrast.
Maar mijn huisarts nam me serieus. Echt serieus. Ze luisterde, nam de tijd en stuurde me niet weg met: “Het is stress” of “Je hebt veel meegemaakt.” Alleen dat al voelde als een opluchting. Tegelijkertijd kwam er ook direct angst omhoog. Wat als ze straks iets vinden? Mijn lijf schoot meteen terug naar die eerdere periode rondom de knobbel in mijn borst. Dat gevoel van spanning dat zich langzaam door je lichaam verspreidt, zonder dat je precies kunt uitleggen waarom.
En kinderen voelen alles.
Ik merkte het direct aan Mexx. Sneller huilen, prikkelbaar, dicht bij mama willen blijven. Ook de jufjes merkten dat ze niet helemaal lekker in haar vel zat. Alsof zij haarfijn aanvoelde dat er iets speelde, terwijl ik zelf nog probeerde rustig te blijven.
Na onderzoeken, echo’s en kleine ingrepen kwam uiteindelijk het antwoord. “Je zit volop in de overgang,” zei de gynaecoloog. Volle bak zelfs. Persoonlijk had ik liever niet bij die club gehoord, maar tegelijkertijd voelde ik ook opluchting. Geen groot donker scenario. Geen nieuw rampscenario waar mijn hoofd stiekem al naartoe was geschoten.
Er werd gesproken over hormonen om het misschien meer in balans te brengen, maar met mijn voorgeschiedenis rondom borstkanker voelt dat niet goed. Voor de artsen niet en voor mij ook niet. Dus nu begint een nieuw stukje zoeken. Naar wat dan wel helpt. Naar balans. Naar wat bij mijn lijf past. Naar wat past binnen mijn ritme.
Misschien is dat uiteindelijk ook gewoon waar deze periode over gaat. Luisteren. Vertragen. Niet alles willen oplossen, maar leren meebewegen.
Met een huis vol poppen, een onzichtbare Dino aan tafel, een lijf dat aandacht vraagt en een hart dat ondertussen probeert alles een beetje bij te houden.
xx
The XX Gazette – 1 april 2026
Het hart beweegt mee
De maand maart: de commode en het ledikant gingen de deur uit. Geen afscheid met tranen, maar een warm doorgeven. Ze hebben een fijne nieuwe plek gekregen en dat voelt goed. Misschien zelfs verrassend goed. Want ergens had ik dit moment al losgelaten, nog voordat het echt zover was. En toch… tegelijkertijd blijft dat lege plekje op de fiets, waar eerst dat voorzitje zat, nog steeds een klein steekje geven. Zoals ik vorige maand schreef zit Mexx nu achterop, groot en trots. Maar mijn hart mist soms nog dat kleine lijfje zo dichtbij. Het blijft bijzonder hoe het ene afscheid bijna geruisloos gaat en het andere nog zachtjes blijft nazinderen.
Op een zaterdagochtend vroeg Mexx ineens: “Hebben we nu lichtjesdag mama?”
Ik glimlachte. “Bedoel je nichtjesdag?”
“Ja, nichtjesdag.”
En dat werd het ook. Zo’n dag die zich niet laat plannen, maar gewoon ontstaat en precies goed is. Met haar twee grote nichtjes bij opa en oma. Samen lunchen, knutselen, kleien, springen op de trampoline en vol bewondering kijken naar haar nichtje tijdens waterpolo.
Kleine momenten, groot geluk. Zo’n dag die je niet wilt vastleggen, maar gewoon wilt voelen.
Achter de schermen gebeurde er deze maand ook van alles. Ik zat midden in het proces met de vormgever voor de lay-out van mijn boek. Elke keer als er een nieuw ontwerp in mijn inbox verschijnt, gebeurt er iets in mij. Springen de tranen in mijn ogen. Alsof woorden ineens een lichaam krijgen. Alsof het echt wordt. Tegelijkertijd ben ik in gesprek met de bibliotheek voor schrijverslezingen. Nieuwe stappen. Spannend en eerlijk gezegd ook een beetje eng. Maar hé… ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan. Een beetje Pippi, een beetje Mexx en gewoon gaan.
En toen, ergens tussen al die momenten door, viel ineens het woord juni bij mijn uitgever. Misschien komt het boek dan al uit. Juni. Het voelt bijna onwerkelijk om dat op te schrijven. Alsof mijn lijf het nieuws eerder begrijpt dan mijn hoofd. Er gebeurt van alles vanbinnen, zonder duidelijke taal. Alleen maar voelen: dit is groot. Dit is echt. Ik heb een boek geschreven en het komt uit. Niet te bevatten. Gekke processen.
Alsof de maand nog een laatste vinkje wilde zetten, kreeg ik gordelroos. Mijn eerste keer en hopelijk ook de laatste. Geen aanrader, maar goed… ook weer meegemaakt. Afgevinkt, zullen we maar zeggen.
En nu schuiven we langzaam richting het Paasweekend. Met een huis dat weer een beetje veranderd is, een hart dat meebeweegt en een hoofd dat nog probeert bij te benen wat er allemaal gebeurt.
Fijne Pasen allemaal,
xx
The XX Gazette – 1 maart 2026
Over Ritme en Ruimte
Februari was zo’n maand waarin je bijna ongemerkt ziet hoeveel er verandert. Geen grote sprongen, maar kleine verschuivingen die samen laten zien dat de tijd gewoon doorgaat. Ook als je die tijd soms even zou willen bevriezen, precies zoals hij nu is.
Mexx haalde haar peuter-survivalcertificaat. Zwemmen, op de kant klimmen, door een gat springen. Handelingen die voor grote mensen klein lijken, maar voor een klein lijf een wereldoverwinning zijn. Ik dreef naast haar, voelde het water en haar spanning. Samen in het diepe, samen oefenen, samen lachen wanneer iets nét niet lukte en de triomf voelen als het daarna toch weer wel ging. Alles op haar eigen tempo, in haar eigen, eigenwijze ritme.
Dat ritme zoeken we ook bij de gym. Voor Mexx is dat heilig: binnenkomen, schoenen uit, de bal, het vertrouwde begin waar haar hele lijf op wacht.
Tot we een keer te laat kwamen.
Het ritueel met de bal was al voorbij; de juf zette de muziek al aan voor de dans waar Mexx zo dol op is. Normaal staat ze meteen te springen, maar dit keer haperde er iets. Haar lijf wilde wel dansen, maar haar hoofd was nog bij het gemiste begin. Een kortsluiting van emoties.
“Ik wil voetballen mama… maar ik wil ook dansen.”
Dus we deden het allebei een beetje. Mexx stevig tegen me aan, mama vasthouden, maar stilzitten mocht niet. Mexx wil bewegen. Zo stonden we daar: een beetje dansend, een beetje troostend. Het leerde me weer hoe belangrijk die kleine ankers zijn voor haar veiligheid. En hoe pijnlijk het is als die even wegvallen.
Dat ze daarna zei: “Dat was mijn schuld”, sneed even door me heen. Waar haalt zo’n klein mensje die verantwoordelijkheid vandaan? “Nee lieverd, het was mama’s schuld,” zei ik snel. Omdat ik op het laatste moment besloot de fiets te pakken omdat de zon zo heerlijk scheen. Een bewuste keuze voor de buitenlucht, met een onbedoelde consequentie voor het ritueel.
Die sportieve sfeer bleef trouwens ook thuis hangen. We keken de Olympische Spelen op de bank. Ik zat luidkeels aan te moedigen, alsof de sporters me door het scherm heen konden horen. Mexx deed vol overgave mee, springen, zwaaien, klappen, tot het haar even te veel werd. Dan legde ze heel resoluut haar hand en één vinger voor mijn mond.
“Ssst mama.”
Een peuter die haar moeder tot stilte maant. Misschien is dat ook een vorm van survival.
Op het kinderdagverblijf is haar wereld ook groter aan het worden. Ze speelt buiten met haar vriendjes, genietend van de frisse lucht, maar het mooiste zijn de verhalen over ‘de overkant’. Met de jufjes gaat ze naar het gebouw waar oudere mensen wonen. De ‘opa’s en oma’s’, zoals ze ze noemen. Samen knutselen, dansen of luisteren naar een verhaal. Als ze me daarna vertelt wat ze daar allemaal heeft beleefd, zie ik een grote dame voor me. Iemand die haar eigen plekje in de wereld inneemt, ook buiten mijn gezichtsveld.
We fietsen veel, door weer en wind. In februari zaten er ineens van die zonnige dagen tussen die alles lichter maakten. Lange tijd zat Mexx voorop. Dat was onze bubbel. Ik kon precies zien waar ze naar keek, hoe haar hoofd meebewoog met alles wat we onderweg tegenkwamen.
Maar er komt een moment dat ze te groot wordt voor het voorzitje.
Mexx zit nu achterop. Voor haar is het prima; ze zit daar tevreden, kletst tegen mijn rug en verkent de wereld vanachter mijn schouders. Ik ben degene die moet wennen. Voorop was dichterbij. Voorop was samen kijken. Ik kon haar gezicht zien, haar ogen volgen, precies weten waar haar aandacht naartoe ging. Nu hoor ik vooral haar stem achter me: verhalen, vragen, kleine opmerkingen over wat ze ziet.
Misschien is dat precies wat groeien is: dat de afstand een beetje verandert, terwijl de verbinding hetzelfde blijft. Je moet erop vertrouwen dat ze ziet wat ze moet zien, ook als je niet meer direct met haar meekijkt.
Gelukkig zijn er momenten waarop alles weer even klein en dichtbij voelt. Zoals een middag in het Nijntje Museum. Samen met een vriendin keken we hoe Mexx door de ruimtes bewoog. We namen de tijd, lieten het tempo aan haar. Een plek waar volwassenen weer even klein mogen worden en kinderen zich helemaal thuis voelen.
Een magische wereld, waarin we ondanks het groeien, toch altijd weer samen thuiskomen.
xx
The XX Gazette – 1 februari 2026
Samen januari
Het nieuwe jaar is begonnen en voor ik het weet is januari alweer voorbij, een maand die snel ging maar wel duidelijk aanwezig was, met dagen waarop de lucht koud en helder was en alles wit kleurde door de sneeuw. Er lag veel sneeuw, met een blauwe lucht en een zon die alles net wat lichter maakte. Mexx keek haar ogen uit, echt kijken, met die verwondering en twinkeling die zo eigen is aan haar en die mij elke keer weer raakt, omdat het zo puur is en omdat ik daar als ouder zo intens van geniet.
We gingen veel naar buiten en niet alleen wij. Het leek alsof iedereen naar buiten trok, groot en klein, samen in de sneeuw, spelend, lachend, elkaar groetend. Alsof die sneeuw iets losmaakte wat er al was, maar even op de achtergrond had gestaan. Het knarsen van mijn boots op de sneeuw gaf me een gevoel dat ik het best kan omschrijven als blij, met kleine sprongetjes in mijn hart, iets van vrijheid, misschien ook iets van vroeger. Ik bracht Mexx met de slee naar het kinderdagverblijf en haalde haar er ook weer mee op en elke keer voelde ik hoe gelukkig me dat maakte, hoe simpel en rijk dat tegelijk was.
En toen was de sneeuw ineens weg. Donker weer, miezer, grijs. Maar Mexx en ik bleven gaan. Weer of geen weer, capuchon op en naar buiten. Wanneer is het eigenlijk geen weer. Of zeggen we dat vooral omdat we hebben geleerd dat het alleen prettig is als het droog en licht is, of omdat we ons simpelweg niet goed kleden.
Tegelijkertijd ben ik met mijn uitgever bezig om mijn boek klaar te maken om gelezen te kunnen worden. Dat brengt veel met zich mee. Praktische stappen, keuzes, afstemming, maar vooral ook veel processen in mijn lijf. Het voelt warm en passend, alsof alles op zijn plek valt en tegelijk ook intens, omdat ik er met alles in zit en het niet alleen een project is, maar iets wat dicht op mij leeft en meebeweegt. Ik ga steeds opnieuw door mijn boek heen, lees, voel, kijk wat het met me doet en ik ga die processen aan, ook als ze soms zwaar voelen, want ik ben iemand die doorgaat, ook als het schuurt.
Aan de buitenkant laat ik dat niet altijd zien. Vaak laat ik de vrolijke en gezellige kant zien, omdat dat is hoe ik me staande houd. Niet omdat ik het weg lach, maar omdat ik mezelf niet snel de ruimte geef om hardop te zeggen dat het zwaar is. Het is hard werken, het schrijven en het hele proces van uitbrengen en ergens wil ik daarin niet klagen. Dat zegt waarschijnlijk meer over mijn eigen gevoel en invulling dan over de werkelijkheid.
Daar loopt mijn herstel doorheen en het alleenstaande moederschap, met een dochter waar ik intens van geniet. Een lieve, vrolijke, sociale dame, die ook in de nee-fase zit en alles zelf wil doen. Adem in, adem uit. Als ouder herken je het misschien, dat je soms denkt: het komt nu even niet uit en tegelijk weet je dat deze fases erbij horen en belangrijk zijn voor haar ontwikkeling. Dat maakt het niet altijd licht. Soms voelt het zwaar, maar wel met een glimlach.
Aan het einde van de maand was ik jarig en dat vierden Mexx en ik samen in de Efteling, voor haar voor het eerst die wereld waar alles groot en klein tegelijk voelt. Net als bij de sneeuw eerder in de maand zag ik diezelfde verwondering weer in haar ogen. We deden het rustig aan, keken, namen de tijd en gingen vol en tevreden weer naar huis. Ik dacht nog dat ze wel zou slapen in de auto, maar nee hoor, gezellig kletsen en zingen tot we thuis waren, waar ze uiteindelijk in een diepe slaap viel. En ik even later ook. Samen in een magische droom.
xx
The XX Gazette – 1 januari 2026
Wat blijft er over als we iets weglaten
Elk jaar neem ik me voor: dit jaar blijf ik rustig. Geen mening, geen discussies, gewoon oliebollen. En elk jaar hoor ik, weken voor oud en nieuw, de eerste knal en denk ik: ah ja… daar gaan we weer. Het is zo’n moment waarop mijn hoofd nog denkt dat het meevalt, terwijl mijn lichaam al iets anders weet. Alsof het alvast vooruitloopt op wat komen gaat.
Laatst moest ik daaraan denken bij iets wat daar ogenschijnlijk niets mee te maken heeft. Met kerst. In de kerk. Kinderen op de stoelen, een goochelaar die spelenderwijs vroeg wat kerst eigenlijk betekent. De één riep kerstboom, een ander lichtjes, weer een ander de kerstman. En toen begon hij dingen weg te laten. Zonder kerstboom, vroeg hij, is het dan nog steeds kerst? En zonder lichtjes? En zonder alles wat we eromheen hebben bedacht? De kinderen riepen vol overtuiging ja. Natuurlijk was het nog steeds kerst. Dat moment bleef hangen. Omdat het zo eenvoudig was. En zo waar.
We zijn geneigd betekenis te koppelen aan vorm. Aan geluid. Aan rituelen. Aan hoe het hoort. Terwijl we hier met z’n allen dicht op elkaar wonen, ieder met een eigen manier van voelen, van herinneren, van verwerken. Wat voor de één hoort bij vieren, voelt voor de ander als iets om doorheen te komen. Niet omdat iemand ongelijk heeft, maar omdat we verschillend zijn. En misschien vergeten we dat soms, juist wanneer we heel zeker weten wat voor ons klopt.
Ik moet dan ook denken aan die kerstbomen die na twee weken weer naar buiten gaan. Met z’n allen. Vol goede bedoelingen. En daarna blijven de naalden liggen. In tuinen, op stoepen, in huizen waar niemand om een boom heeft gevraagd, maar wel de rest van het jaar eraan herinnerd wordt. Het is zo’n klein voorbeeld, maar het zegt veel. Over hoe iets wat voor de één feest is, voor de ander vooral rommel oplevert.
Ik heb geen oplossing en ik wil niemand iets afnemen. Ik merk alleen dat ik steeds vaker verlang naar iets minder vasthouden en iets meer kijken. Naar even stilstaan bij wie er naast je woont, achter dat raam met de gordijnen dicht. Naar het besef dat samenleven iets anders vraagt dan alleen ruimte innemen. Misschien zit de kern niet in wat we zo hard mogelijk laten horen, maar in wat er overblijft als we iets zachter worden.
En dus haal ik oliebollen, adem ik een paar keer diep in en denk ik: januari is er weer. Niet omdat ik wil dat iets verdwijnt, maar omdat ik geloof dat het anders kan. Iets minder vorm, iets meer betekenis. Iets minder hard, iets meer samen.
Misschien is dat ook de vraag die ik mezelf wil blijven stellen: wat breng ik mee? Welke ruimte neem ik in en welke laat ik? Ik heb daar geen vast antwoord op. Alleen het verlangen om te blijven zoeken naar een vorm waarin zachtheid niet verdwijnt, maar richting geeft. Voor mij. En, heel voorzichtig, misschien ook een beetje voor de wereld om me heen.
En voor nu wens ik iedereen een nieuw jaar toe met gezondheid, zachtheid en genoeg ruimte voor elkaar. Gelukkig nieuwjaar! xx
The XX Gazette – December editie
The XX Gazette – 10 november 2025 | Verstaan zonder woorden
Verstaan zonder woorden
Vorige week zat ik bij mijn psycholoog. Terwijl ik iets vertelde, dacht ik opeens: volg je me nog? Ik keek haar aan en vroeg het hardop, maar nog voor ze antwoord kon geven, was ik alweer verder gegaan met mijn verhaal. Ze glimlachte en zei: “Zie je wat er nu gebeurt?” We begonnen samen hard te lachen. Ik zei: “Ja. Ik zag al aan je houding, je ogen, je energie dat je me begreep, dus hoefde ik je antwoord eigenlijk niet meer af te wachten.” Ze knikte. “Moet je kijken hoe veelzijdig communicatie is.” En daar zaten we dan, twee mensen die elkaar begrepen zonder iets te hoeven zeggen.
Een vriendin heeft mijn manuscript gelezen van Me – XX. Ze vertelde dat als ze het woord jufjes hoort, haar nekharen overeind gaan, maar dat het in mijn boek anders voelde. “Gek hè,” zei ze, “hoe taal voor iedereen iets anders kan oproepen. Misschien gaat het niet eens over taal, maar over interpretatie. Want ik ken de liefde en de intentie achter dat woord, juist omdat die jufjes zo belangrijk zijn voor jou en Mexx. Daarom kan ik het positief zien.” Haar woorden raakten me. Taal is zoveel meer dan letters. Het is wat eronder trilt: de herinnering, de erfenis, de zachtheid waarmee iets wordt bedoeld. Mooi hoe onze woorden elkaar raken en soms ook verschillen en dat daar ruimte voor is.
En toen was er nog Mexx, met haar favoriete spel: verstoppertje. Ze kan zich zó goed verstoppen dat ik soms even paniek voel vanbinnen, terwijl ik vanbuiten rustig blijf. Bij opa en oma speelde ze laatst weer. Toen oma zei: “Nu mag Marieke zich verstoppen,” antwoordde ik vanuit de eettafel: “Mexx kent Marieke niet.” Op dat moment voelde ik het zinnetje nasuizen. Wie is Marieke? Ja, dat ben ik. Maar voor Mexx ben ik haar mama. Is Marieke dezelfde als mama? Soms vraag ik me dat echt af.
Misschien is verstaan worden precies dat: de verbinding tussen al die lagen van jezelf, tussen wie je bent in woorden en wie je bent in stilte.
xx
The XX Gazette – 30 oktober 2025 | Zacht zijn in je eigen vel
Zacht zijn in je eigen vel
Soms heb je van die momenten nodig waarop je weer even kunt landen. Waarop je de rust weer in je lijf kunt voelen en de wereld even niet aan je trekt. De dagen razen vaak voorbij… harder, luider, voller en ergens daartussenin mag jij weer thuiskomen bij jezelf, in de zachtheid van wie je bent.
Voor mijn borstoperatie dacht ik: nu kan ik straks nooit meer naar de sauna. De sauna was altijd mijn plek van ontspanning, van warmte en stilte, van even niets hoeven en nergens iets van moeten vinden. Het was mijn manier om te zakken, om ruimte te maken. En opeens vroeg ik me af: waar haal ik dat straks nog vandaan?
Drie maanden na de amputatie stuurde een vriendin een berichtje. “Ik wil je iets vragen,” schreef ze, “maar nee is ook een antwoord. Wil je met mij mee naar de sauna?” De schrik ging door mijn lijf. Alles in mij zei ja… mijn hart, mijn verlangen, maar mijn hoofd vroeg meteen: hoe dan? Na een nachtje slapen schreef ik terug: ja. Ook omdat ze erbij zei: “Als het niet gaat, gaan we gewoon naar huis.”
Het was onwennig. Even zoeken naar mijn houding, naar hoe ik me kon bewegen in deze nieuwe versie van mijn lichaam. Maar ergens diep vanbinnen voelde ik ook: ik leef. Ik mag hier zijn. Niet om te laten zien dat ik durf, maar om te voelen dat ik besta. Met mijn litteken van de keizersnede. Met één borst. Met dat grote, nog soms pijnlijke litteken over mijn borstkas. Dit ben ik. Hoe moeilijk dat soms ook is. Ik ben er nog. En ik leef.
Ik voelde subtiele blikken om me heen. Mensen zeiden niets, maar in sommige ogen leek iets te liggen wat fluisterde: knap dat je er bent. En ergens voelde ik dat zelf ook. Een soort stille trots, een gevoel van vrijheid. Aan het einde van de dag haalde ik Mexx op van het kinderdagverblijf. Ze was acht maanden oud. “Mama is naar de sauna geweest,” zei ik, terwijl ik haar in mijn armen nam. Ze keek me aan met dat blije gezichtje en ik dacht: ja, mama leeft echt.
Sindsdien probeer ik elke maand te gaan, meestal alleen. Nog steeds is er dat moment van aarzeling als ik me uitkleed, dat korte moment van spanning, maar eerlijk gezegd was dat er vroeger ook. Laatst sprak een vrouw me aan onder de douche. “Ik vind het zo knap dat je naar de sauna gaat,” zei ze. “Dankjewel,” antwoordde ik. Even later gleed mijn blik over haar lichaam. Haar borsten hingen zacht en laag over haar buik. En iets in mij glimlachte, niet uit spot, maar uit zachtheid. Wat is eigenlijk normaal, dacht ik. Misschien wilde ik haar wel hetzelfde zeggen: ik vind het knap dat jij hier ook bent. Een kleine binnenpret volgde, een liefdevolle lach om hoe menselijk we allemaal zijn.
Vandaag ga ik weer naar de sauna. De afgelopen weken waren intens, vol emoties, veel voelen, veel loslaten. Ik merk dat het tijd is om weer even stil te worden, te ademen, te ontspannen, om terug te zakken in mezelf.
Zachtheid begint precies daar, waar je jezelf weer aanraakt zonder oordeel, waar je niet kiest voor wat normaal is, maar voor wat waar voelt.
Zacht zijn in je eigen vel. Dat is ook kracht.
💛 Een warme groet, letterlijk 😅😇. xx
The XX Gazette – 23 oktober 2025 | Zacht blijven in een harde wereld
Zacht blijven in een harde tijd
Het is verkiezingstijd en soms voelt het alsof het volume overal omhoog is gedraaid. Woorden vliegen door de lucht als vonken. Er wordt geroepen, herhaald, overdreven. Alsof herhaling vanzelf waarheid wordt. Alsof wie het hardst praat, ook gelijk heeft.
We praten graag over polarisatie in andere landen, maar hier kunnen we er ook wat van. Het lijkt soms makkelijker om te schreeuwen dan om te luisteren. Makkelijker om te wijzen dan om te voelen.
En toch. De macht ligt bij ons, de mensen die stemmen. Bij ieder van ons die luistert, kiest of besluit even stil te blijven.
Ik vraag me de laatste tijd vaak af waarom we zoveel behoefte hebben om iets of iemand ‘van ons’ te maken. Een mening, een groep, een waarheid. Het voelt veilig om ergens bij te horen, om te zeggen: dit is van mij, dit is van ons. Maar echt eigenaarschap is misschien iets heel anders. Zelfs van wat officieel ‘van jou’ is, ben je geen absolute eigenaar. Je auto kan worden teruggeroepen, je huis kan door omstandigheden niet meer van jou zijn. Alles wat we hebben, dragen we tijdelijk. In bruikleen. En de vraag blijft: hoe zorgen we ervoor? Hoe gaan we ermee om?
Soms brengt mijn dochter me met haar eenvoud terug naar dat besef.
Ze is twee, vol woorden en kleine wijsheid.
Als ze een boer laat, zegt ze met een glimlach: “Ohw sorry mama.”
En als ze een scheet laat, ligt ze in een deuk. “Mama daan!” roept ze dan, terwijl ze haar buik vasthoudt van het lachen.
Ik lach met haar mee. “Gooi het er maar uit,” zeg ik. “Anders krijg je buikpijn.”
En ze zegt weer: “Sorry mama.” En ik denk: ja, zo simpel kan het zijn.
Eruit laten wat eruit moet. Sorry zeggen als het nodig is. En dan weer door.
Een paar dagen later zat ik in de auto, op een kruispunt. Ik had voorrang en nam die ook, terwijl een andere bestuurder vond dat zij die had. Ze toeterde, gebaarde, probeerde me bijna van de weg te duwen.
Ik bleef rustig. Ik voelde de spanning van haar kant, het vuur dat ergens anders vandaan moest komen. Toen we even later naast elkaar stonden, keek ik haar vriendelijk aan. Ze keek weg. En iets in mij voelde mededogen. Misschien was ze moe. Misschien had ze net iets moeilijks meegemaakt. Misschien was het gewoon even te veel.
We maken allemaal fouten.
Maar soms lijkt het alsof we vergeten zijn dat fouten menselijk zijn. Alsof alles meteen verdedigd, verklaard of rechtgepraat moet worden. Er zit nog zoveel spanning in ons collectieve lijf. Van de afgelopen jaren, van wat we niet konden zeggen, niet konden uiten, niet konden delen. Het zoekt een uitweg… soms als schreeuw, soms als gebaar, soms als stilte die te zwaar voelt.
Maar misschien kunnen we het er ook op een andere manier uitlaten.
Zonder te schreeuwen. Zonder te wijzen.
Misschien met een zucht. Met zachtheid. Met een glimlach, zelfs.
Zacht blijven in een harde tijd is geen zwakte.
Het is een keuze.
Om niet harder te worden dan nodig.
Om los te laten wat niet van ons is.
Om te blijven luisteren, ook als het lawaai groot is.
Echte kracht zit niet in volume, maar in aanwezigheid.
Niet in bezit, maar in bewogenheid.
Niet in wat we vasthouden, maar in wat we durven loslaten.
💛 In zachtheid is kracht. xx
The XX Gazette – 10 oktober 2025 | Gewoon beginnen
Gewoon beginnen
Ik had nog nooit een website gebouwd. Geen ervaring, geen idee waar te beginnen. In mijn hoofd zag ik vaag hoe het ongeveer moest worden, maar hoe breng je dat over? Ik sprak met verschillende professionals, hoorde wat het zou kosten, kreeg het advies om alles uit te tekenen en te schetsen. En toen dacht ik opeens: ik ga er zelf mee aan de slag.
Het werd een klus. Soms deed ik een hele dag over één vinkje aan of uit. De grrrr, de aaaahhh en de bluhhhh kwamen regelmatig uit mijn mond. Soms stampte ik door de huiskamer. Eén keer noemde ik zelfs Gods naam — niet als vloek, maar als vraag: hoe moet ik dit pad gaan? Want de frustratie trok soms alle energie uit mijn lijf.
En toch… nu ben ik trots op wat ik heb neergezet. Het is nog niet helemaal zoals ik wil. Maar wanneer is iets af? Dat vroeg ik me ook bij mijn boek af. Ik merk dat de trots en de energie vooral komen uit het feit dat ik het zelf ben aangegaan. Met vallen en opstaan, met geduld en soms zonder.
Ik ben iemand die graag wil dat alles perfect is. Maar soms moet je gewoon beginnen, ook als je nog niet weet of je het kunt. Anders blijf je in onwetendheid. Fouten maken mag, ontdekken mag. En als ik straks terugkijk, wil ik in ieder geval kunnen zeggen: ik heb het geprobeerd.
En eerlijk? Die grrrr, aaaahhh en bluhhhh horen er gewoon bij. Zonder dat, was het misschien half zo leuk geweest 😉.
En nu is het zover. De website staat live. En dat voelt… spannend. Heel erg spannend, eigenlijk. Want hiermee laat ik niet alleen mijn werk zien, maar ook mezelf. Mijn woorden, mijn binnenwereld, mijn stem. Zichtbaar. Kwetsbaar.
Soms voelt het alsof ik moet overgeven, alsof ik iets van mezelf de wereld in laat waaien zonder te weten wat er mee gebeurt.
Maar ik weet: dit is wat ik te doen heb. Dit is mijn stem. En die mag er zijn. Het zijn onbekende stappen, een wereld die nieuw voor me is. Maar mag het dan ook gewoon spannend zijn? Mag iets groots beginnen met kleine, aarzelende passen?
Misschien herken je dat wel. Dat stukje in jezelf dat wacht op een begin, dat weet dat het tijd is om zichtbaar te worden, ook al klopt je hart tot in je keel.
Misschien is dat wat we delen. Gewoon beginnen.
xx
The XX Gazette – 25 september 2025 | Een onverwacht cadeau
Een onverwacht cadeau
Drie dagen voor mijn borstamputatie stond ik opeens voor de camera.
Het was een verrassing, geregeld door de meiden van het zwangerschapszwemmen. Wij noemen onszelf de Zeehonden.
Poseren is niet iets wat mij vanzelf afgaat. Toch was dit moment anders.
Bijzonder. Emotioneel. Terwijl ik daar samen met Mexx was, voelde ik dankbaarheid. Dankbaarheid voor het initiatief, voor de liefde die erin lag,
voor de beelden die zouden blijven, ook wanneer alles veranderde.
Als ik de foto’s nu terugzie, kijk ik met andere ogen. Ik zie een sterke vrouw.
Sterker dan ik me toen voelde. Misschien wel de vrouw waar ik nu stiekem een beetje jaloers op ben 😉.
Na de amputatie werden er nog wel foto’s gemaakt, met een telefoon,
snel tussendoor, vaak door iemand in de buurt. Maar nooit meer zo intiem als toen. Dat was before. De after gaat nog komen, op een dag.
Misschien herken jij dat ook: dat er momenten zijn waarop je voelt dat er nog iets vastgelegd mag worden, een nieuw beeld waarin je jezelf terugziet zoals je werkelijk bent. Met kracht én met zachtheid. Ik weet dat dit moment zal komen.
En dat het opnieuw bijzonder zal zijn.
xx
© Marieke van der Pijl. Alle rechten voorbehouden.
